Terug naar Encyclopedie

Handhaving bij Omgevingsrechtelijke Overtredingen in Rotterdam

Omgevingswet handhaving in Rotterdam richt zich op normschendingen met risicogebaseerd beleid, prioriterend haven- en Maasvlakte-risico's. Evenredigheid en juridische toetsing centraal bij illegale activiteiten.

1 min leestijd

Specifieke handhaving in omgevingsrecht voor Rotterdam

De Omgevingswet (Ow) integreert handhaving uit de Awb en sectorwetten, met specifieke toepassing in Rotterdam als grootstedelijke havenstad. Artikel 5.1 Ow verleent bevoegdheden voor dwangmiddelen bij illegale bouwwerken langs de Maas of milieuschendingen in de Rotterdamse haven. De juridische kwalificatie richt zich op omgevingsnormschendingen, afgestemd op lokale uitdagingen zoals industriële emissies en stedelijke verdichting.

Het handhavingsbeleid van de gemeente Rotterdam en het bijbehorende havenbedrijf prioriteert risico's, waaronder de Acute Gevarenzone (AGZ) rond chemische installaties op de Maasvlakte. Evenredigheid weegt bedrijfsschade in de haven af tegen milieubescherming van de Nieuwe Waterweg en omliggende natuurgebieden.

Praktijkvoorbeelden in Rotterdam

Bij overtollige stikstofdepositie door havenactiviteiten kan de gemeente bestuursdwang gelasten, zoals bij recente gevallen rond de Botlek. De Raad voor de leefomgeving adviseert een risicogebaseerde aanpak, passend bij Rotterdamse prioriteiten. Jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2023:789) toetst de noodzaak van maatregelen, met verwijzing naar lokale vergunningen onder de Omgevingswet.

De overtreder in Rotterdamse context heeft een strikte informatieplicht jegens de Omgevingsdienst Rotterdam-Rijnmond; non-compliance leidt tot verscherpte sancties. Dit kader stimuleert duurzame naleving in de regio, met focus op havenveiligheid en luchtkwaliteit.